|
GESCHIEDENIS van het pand aan de Admiraliteitskade
96 te Rotterdam.
Het Hoogheemraadschap van Schieland heeft onder meer
tot taak het water van de Rotte, die dienst doet als
boezem voor een poldergebied van ongeveer 7.700 ha,
uit te malen op het buitenwater (Nieuwe Maas).
Dit werk is bijna 80
jaar uitgevoerd
met behulp van het boezemgemaal aan de
Admiraliteitskade te Rotterdam.

De Rotteboezem
De Rotte, Schielands slagader, wordt al eeuwenlang
benut voor de afvoer van het overtollige water uit
de polders binnen Schieland. Die afvoer heeft door
de jaren heen veel bestuurlijk inzicht en groot
technisch vernuft gevergd.
De Rotte was oorspronkelijk een natuurlijk
veenriviertje, dat het water uit de wildernis
afvoerde naar het grote buitenwater. Dat bleef zo,
totdat het gebied in de Middeleeuwen langzamerhand
werd ontgonnen.
Waterbeheersing
De diepere oorzaken van de problemen rond de
toenemende wateroverlast zijn onder meer te vinden
in het dalen van de grondslag. Al in de 15e eeuw
kwamen de landerijen zo laag te liggen ten opzichte
van het boezemwater, dat overtollig water niet meer
op natuurlijke wijze kon afvloeien. Het land werd
daarom ingepolderd. Het teveel aan water werd met
watermolens op de boezem uitgemalen.
In 1434 is in Schieland - in de Spangensche polder -
voor het eerst van een watermolen gebruik gemaakt.
Begin 16e eeuw sloegen al 17 molens op de Rotte uit.
In het rampjaar 1663 betichtte Rotterdam Schieland
ervan het maalpeil van de Rotte onverantwoord veel
verhoogd te hebben ten nutte van de polders, maar
ten koste van de stad, want de binnenstad was
volledig ge�nundeerd. Aanhoudende regens hadden de
landerijen langdurig onder water gezet; de oogst was
bedorven; het vee crepeerde door gebrek aan voedsel
en de Rotterdamse binnenstad stond onder water.
Rotterdam was na 1572 belangrijk gaan uitbreiden in
zuidwaartse richting. Voordien strekte de bebouwing
van Rotterdam langs de Maas, tussen het Oostplein en
de Oude Haven, zich niet verder zuidwaarts uit dan
de tegenwoordige Nieuwe Haven. Het belangen van de
groeiende stad werd echter steeds meer van binnen
uit afbreuk gedaan door het wispelturige water van
de Rotte.
'Boesemtie'
Al in 1665 worden ingrijpende plannen overwogen, die
pas in 1742 ten uitvoer worden gelegd. Niet ver van
de plaats, waar ruim 300 jaar geleden de eerste
boezemwerken van Schieland werden geprojecteerd, is
nu het boezemgemaal mr. U.G. Schilthuis (Oostplein)
verrezen.
Kostverlorenmolen
De stenen watermolen, die later de - voor
watermolens al zeer oude - naam 'Kostverloren' zal
gaan dragen, is dus de voorloper van het huidige
gemaal aan het Oostplein ' mr. U.G. Schilthuis'. Met
deze molen was de eerste bemaling van de Rotteboezem
een feit geworden.
De Kostverlorenmolen moest echte als enige
boezemmolen de natuurlijke afstroming van de Rotte
ondersteunen, terwijl in 1766 al 31 poldermolens hun
water op de Rotte uitsloegen. In die tijd is al meer
dan 3.000 ha vruchtbaar land gewonnen, onder meer de
polder Honderd Morgen. De problemen rond de
waterbeheersing werden er niet minder door,
integendeel.
Hoge boezem
In de jaren 1772-1776 zijn de boezemwerken bij het
latere Oostplein (de Oostpoort) aangepast. Hier werd
de zogenaamde hoge boezem aangelegd. Deze hoge
boezem kreeg een oppervlakte van ruim 56.000 m2 en
een inhoud van 70.000 m3. Deze boezem betekende een
aanzienlijke verbetering. De Kostverlorenmolen kreeg
steun van acht molens, die het water vanuit de lage
boezem - die in open verbinding met de Rotte stond -
tot ��n meter boven Rottepeil in de hoge boezem
opmaalden.
Vuurmachine
Op 9 maart 1776 werd Steven Hoogendijk, stichter
van het Bataafse genootschap van
proefondervindelijke wijsbegeerte, in de gelegenheid
gesteld om zijn eerste vuurmachine in gang te
brengen. Opgesteld in de Admiraliteitskruittoren,
die bij de klok nabij de Oostpoort heeft gestaan,
moest deze machine het water uit de Stadsvest
oppompen naar de klok, die onderdeel van de hoge
boezem was. De vuurmachine van Hoogendijk werd
echter een groot deb�cle en verdween snel. De hoge
boezem-molens behielden nog bijna een eeuw het
alleenrecht; totdat de verenigde vergadering van
Schieland op 4 oktober 1869 besloot de
Kostverlorenmolen af te breken, om op die plek een
schepradstoomgemaal met een vermogen van 100 pk te
bouwen.
Stoomgemaal
Met dit gemaal zou het water uit de doorgetrokken
lage boezem in de kolk tot een maximum hoogte van
2.15 meter boven Rottepeil kunnen worden opgemalen,
met daarna weer de natuurlijke lozing op de Maas via
het Boerengat.
In 1870 werd overigens de Binnenrotte gedempt in
verband met de aanleg van een spoorbaan. De Rotte
stroomde tot dat jaar via de Binnenrotte en de vijf
sluizen in en bij de Hoogstraat - als de
omstandigheden gunstig waren - ook hier nog steeds
op natuurlijke wijze af. De aanneemsom van het
stoomgemaal bedroeg 56.115 gulden. Het bleek geen
succes. Nog geen 30 jaar later vertoonde het zulke
grote gebreken, dat er voor meer dan 40.000 gulden
aan moest worden gerepareerd.
Gemaal Admiraliteitskade
Deze teleurstellende ervaring was de prikkel tot
radikaal andere plannen. Het systeem van hoge en
lage boezem met acht watermolens en sluizen kon
vervallen als er aan de nabij het Oostplein gelegen
Admiraliteitskade een nieuw gemaal zou worden
gebouwd en wel op het terrein van de zogenaamde
karrenstal.
Er moest een gemaal komen dat sterk genoeg zou zijn
om alle bestaande bemalingswerktuigen van de
Rotteboezem in een keer te vervangen.
Het nieuwe gemaal moest
het water onmiddelijk aan de Rotte onttrekken via
een toevoerkanaal, dat gevormd zou worden door de
lage boezem tot even voorbij het Kralings Verlaat en
het direkt op het Boerengat uitslaan. Op 29 juli
1897 besloot de verenigde vergadering tot de bouw
van het nieuwe gemaal.

Vakmanschap
Bij de Maatschappij voor Scheeps- en
Werktuigbouw Feijenoord te Rotterdam werd in
november 1897 onderhands aanbesteed: twee compound
stoommachines met vier centrifugaalpompen met een
capaciteit van 640 kubieke meter per minuut en een
vermogen van 300 pk, de kosten ervan: 97.810 gulden.
Voorts werden aangekocht vier stoomketels voor
29.000 gulden.
Machinegebouw met bovenwoningen, ketelhuis,
kolenbergplaats en bijbehorende werken konden worden
aanbesteed voor 129.700,- gulden. Het gemaal
Admiraliteitskade is op 1 november 1899 officieel in
gebruik genomen. De gemeente Rotterdam maakte een
verbindingsduiker tussen de uitwateringssluis in het
Boerengat en de boezem. In de beginperiode van het
nieuwe gemaal bleef men nog steeds gebruik maken van
natuurlijke lozing door de oude uitwateringssluis.
In 1925 zijn beide stoommachines vervangen door twee
dieselmotoren van Werkspoor (280 pk - capaciteit
800m3/min); deze motoren moesten op hun beurt in
1961 plaats maken voor vier Bolnes diesels, zodat
elke pomp afzonderlijk kon werken.
In verband met de aanleg van de oost-westverbinding
van de metro, waardoor het boezemkanaal van het
gemaal Admiraliteitskade zou worden afgesneden, is
de bouw noodzakelijk geworden van een nieuw gemaal
met een persleiding over de metrobuis heen, het mr.
U.G. Schilthuis. Deze bevindt zicht ongeveer 200
meter ten noordwesten van het oude gemaal.
Na 78 jaar op voortreffelijke wijze dienst te hebben
gedaan, zal het gemaal Admiraliteitskade worden
ontmanteld. De pompen zijn nog steeds niet
versleten. Een onverwoestbaar brok Rotterdams
vakmanschap!
Heden
In het machinegebouw, de huidige "voorshowroom" met
woningtextiel, en in het voormalige ketelhuis is nu
de meubelshowroom van Europoort complete
woninginrichting gevestigd. De oude kolenbergplaats
in nu het magazijn.
In 2002/2003 is het pand aan de Admiraliteitskade,
een Rijksmonument, volledig gerestaureerd, met in
stand houding van de "knip"voegen en het behoud van
de balken uit 1742 in de gewelven waarin ook nog de
oude uitwateringssluizen te zien zijn.
|